Hunebed D17
Hunebed D17, ook Rolde Noord genoemd, ligt op de es bij de Jacobuskerk in Rolde. Het is ruim vijfduizend jaar oud en ziet er, anders dan buurman D18, nog uit als een ruïne.
Hunebed D17 ligt ten noordoosten van het dorp, op de es bij het kerkhof en de Jacobuskerk. Op zo'n 200 meter afstand ligt hunebed D18, ook wel Rolde Zuid genoemd. D18 is opgeknapt en ziet er netjes uit; D17 heeft meer weg van een ruïne. Omdat ze vlak bij de kerk liggen, loop je er vanuit het dorp zo naartoe.
Het hunebed is gebouwd tussen 3400 en 3200 voor Christus, door mensen van de trechterbekercultuur. Het is 13,9 meter lang en 3,8 meter breed. Er liggen acht dekstenen, al liggen die niet allemaal meer op hun oorspronkelijke plek. Verder telt het 15 draagstenen, twee sluitstenen en twee poortzijstenen. De ingang ligt aan de zuidkant.
Geschiedenis
De oudste vermelding is waarschijnlijk een brief uit 1547 van de monnik Antonius van Schoonhoven. Hij schrijft over de 'Zuilen van Hercules' in Rolde, met daarop een offersteen. Volgens hem werden hier vóór de komst van Bonifatius mensen geofferd: vooral vreemdelingen moesten door een nauwe doorgang onder de stenen kruipen, terwijl ze met mest werden bekogeld. Hij noemt het geheel 's Duvels Kut. Of hij D17 bedoelde, is niet zeker; het kan ook om D18 of D10 gaan.
In 1706 onderzochten S. Hofstede en schulte Kymmell het hunebed. Ze vonden een blauwe pot met vergulde strepen. De boermarke van Rolde wilde D17 en D18 later openbaar verkopen, maar Gedeputeerde Staten van Drenthe protesteerden. Uiteindelijk kocht het Rijk de twee hunebedden voor 150 gulden: D17 in 1872, D18 een jaar later.
In juli 1878 legden de Engelse oudheidkundigen William Collings Lukis en sir Henry Dryden de Drentse hunebedden vast in metingen, beschrijvingen en aquarellen. Bij D17 telden zij zeven dekstenen en zeventien draagstenen, en ze zagen dat een eik het graf had beschadigd. Hun werk is nog steeds een bron voor onderzoekers. Archeoloog Albert Egges van Giffen schreef in 1925 dat het hunebed "in droevigen staat" was. In 1964 is gezocht naar kransstenen, maar die zijn niet gevonden. Tussen 1957 en 1965 is het hunebed gerestaureerd.
D17 is een van de vaakst afgebeelde hunebedden van Nederland. Het staat op schilderijen, tegels en veel oude ansichtkaarten.