Rond het epicentrum liggen vier ringen, waarvan het KNMI de grenzen heeft bepaald. Omdat de trillingen verder weg zwakker waren en de kans op schade daar kleiner is, ligt de mogelijke vergoeding in de binnenste twee ringen hoger. Voor die ringen wordt de nieuwe aanpak nu uitgewerkt, en de Commissie Mijnbouwschade, die de schade van deze beving afhandelt, verwacht na de zomer met de eerste meldingen daaruit te beginnen. Voor de buitenste twee ringen moet nog een regeling komen, die naar verwachting later dit jaar volgt.
De afhandeling moet eenvoudiger, omdat er bij de commissie en het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) zoveel meldingen zijn binnengekomen. Het ministerie, de commissie en de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) hebben daarvoor voorwaarden afgesproken: een vergoeding moet in verhouding staan tot de schade, de regeling moet helder zijn en in de praktijk werken, en de kosten van onderzoek mogen niet uit de pas lopen met wat er wordt uitbetaald. Wat de regelingen precies inhouden, is nog niet bekend; de commissie laat het melders weten zodra dat duidelijk is.