Historie

Balloërkuil

De Balloërkuil tussen Rolde en Balloo, omringd door bomen in herfstkleuren.
De Balloërkuil tussen Rolde en Balloo, omringd door bomen in herfstkleuren. Foto: Rolde.nl - 2026
Het informatiebord bij de ingang vertelt over de geschiedenis en de natuur van de Balloërkuil.
Het informatiebord bij de ingang vertelt over de geschiedenis en de natuur van de Balloërkuil. Foto: Rolde.nl - 2026

Een natuurlijke laagte in het bos tussen Rolde en Balloo, bekend door de verhalen over de Drentse Etstoel. Dat het rechtscollege hier vergaderde, is niet aangetoond.

De Balloërkuil is een natuurlijke laagte in het stuifzand, in een bos tussen Rolde en Balloo. Rond de kuil staan oude eiken en bij de ingang staat een informatiebord van Het Drentse Landschap. De plek is bekend geworden door het verhaal dat hier vroeger werd vergaderd en rechtgesproken.

De Etstoel: een verhaal, geen vaststaand feit

Geschiedschrijver en dominee Johan Picardt beschreef de kuil in 1660 als een oude vergaderplaats met aarden zitplaatsen. Hij was van 1643 tot 1648 predikant in Rolde. Volgens de overlevering zou ook de Etstoel, het hoogste rechtscollege van Drenthe, hier bijeen zijn gekomen.

Daarvoor is echter geen overtuigend historisch of archeologisch bewijs gevonden. Het informatiebord verwijst naar onderzoek van Theo Spek uit 2004: de kuil is jonger dan de eerste vergaderingen van de Etstoel en kan daarvoor dus niet zijn gebruikt. In het Landrecht van Drenthe uit 1412 wordt de plaats Banlo genoemd, maar niet de kuil. De vermelding van de Balloërkuil als zekere vergaderplaats berust daarmee op overlevering.

Koninklijk bezoek

De provincie Drenthe kocht de kuil en het omliggende bos in 1846 om de plek als historisch monument te behouden. In 1895 bezochten de vijftienjarige prinses Wilhelmina en koningin-regentes Emma de Balloërkuil, nadat zij bij de hunebedden van Rolde waren geweest. Ze zagen hier het openluchtspel Bij klimmender Zonne, waarin oude Drentse rechtspraak werd nagespeeld. Het bezoek droeg bij aan de bekendheid van de kuil. Sinds 2000 beheert Het Drentse Landschap het gebied.

Oude eiken en spechten

Volgens het informatiebord laat de zandverstuiving waaruit de kuil ontstond zien dat hier niet altijd bos heeft gestaan. De oude eiken konden opgroeien doordat ze als jonge bomen veel zonlicht kregen. Nu het bos dichter wordt, krijgen jonge eiken minder kans. Beuken groeien gemakkelijker in de schaduw, waardoor het eikenbos op lange termijn in beukenbos kan veranderen.

Het bord noemt de grote bonte specht, kleine bonte specht en groene specht als bewoners van het bos en de omgeving. De groene specht zoekt op de grond naar mieren, onder meer in de kuil en op de aangrenzende spoordijk.

De muntschat van 1839

Op 20 april 1839 werd ten oosten van het Balloërveld, in het dal van het Rolderdiep, een Romeinse muntschat gevonden: 350 tot 370 zilveren denarii. De jongste munt is van rond 180 na Christus. Na de vondst werd de schat verkocht aan twee zilversmeden in Assen.

Bronnen: het informatiebord van Het Drentse Landschap bij de Balloërkuil, bekeken op 27 oktober 2026, en de beschrijving van de Balloërkuil door Het Drentse Landschap.

Galerij

Galerij